Jubileum

“Vanmiddag ga ik op bezoek bij mijn broer en schoonzus,” vertelt de zesentachtigjarige met geheugenproblemen. “Ze waren gisteren vijfentwintig jaar getrouwd.”
Wellicht zijn de echtelieden pas op latere leeftijd in het huwelijk getreden, maar ik vraag het toch maar voor de zekerheid. “Vijfentwintig jaar?”
“Ja, vijfentwintig jaar. Of vijfendertig… nee, vijfenveertig?”
Ik heb haar aan het twijfelen gebracht.

“Nou ja, in ieder geval een heel eind.”

Stipt

“Er zijn maar weinig mensen zo stipt als ik. Nee echt. Als ik zeg ‘half tien’, dan ben ik er om kwart over negen.”

Wagen

Twee jonge ouders lopen met hun zoontje van een jaar of vier door de winkelstraat van het dorp. Een rouwauto, zo’n lange zwarte, rijdt langs. Het jongetje kijkt, zijn ogen groot en zijn mond steeds verder open.

Pas als de auto voorbij is roept hij uit: “Superwagen!”

In de auto

Als ik ’s ochtends in de auto stap om naar het werk te gaan, zet ik eerst de mand met schone was op de mat voor de passagiersstoel. Het duurt ongeveer twintig minuten totdat ik mijn Fiesta de parkeerplaats van de zorginstelling oprijd, en die tijd kan ik maar beter nuttig besteden, toch? Met mijn rechterhand vouw ik de hand- en theedoeken mooi vierkant op, zodat ik een kaarsrecht stapeltje kan maken op het dashboard. Ik moet toegeven, kleding gaat wat lastiger. Aan overhemden begin ik niet meer, daar heb ik toch echt twee handen bij nodig, en dat gaat natuurlijk wat moeilijk als ik gelijktijdig moet sturen. T-shirts en hemdjes zijn echter best te doen, als het tenminste rustig is op de weg. Lees verder »

Leeftijd

“Hebt u de moestuin nog?” vraag ik aan de 94-jarige.
“Jazeker,” antwoordt hij. “Ik wilde er eigenlijk mee stoppen, maar mijn zoon en dochter zeiden allebei: ‘Vader, ga er toch mee door. Het houdt je nog in beweging.’”

Even is hij stil. Dan zegt hij: “Ze denken zeker dat ik 84 ben!”

Aanbieding

Ze had een geweldige aanbieding voor me, vertelde ze. Een half jaar één of ander magazine voor slechts tien euro, of zo. Vergeef me, het is niet helemaal blijven hangen.
Ik vertelde haar, vanzelfsprekend, dat ik het fantastische aanbod afsloeg.
“Dat verwachtte ik al,” zuchtte ze in haar beste Poldernederlands, “want u klinkt zo ongeïnteresseerd.”

Analoog

Nederland 1 stoort op mijn televisie, dus ik belde de klantenservice van Ziggo.

“Waar kan ik u mee helpen?”
“Ik heb een storing op mijn televisie. Alle zenders zijn scherp, behalve Nederland 1, die geeft een heel slecht beeld.”

De helpdeskmedewerker zocht, dacht na, vroeg ‘even’ iets aan een collega maar niet voordat hij het wachtmuziekje inschakelde.

“Mevrouw, bedankt voor het wachten. We zijn er nog niet achter waar het aan ligt. Hoe ziet die storing er precies uit?”
“Nou, ik zie heel veel sneeuw in beeld.”
“Sneeuw in beeld?”
“Ja, inderdaad.”
“Maar dat is vreemd, dat gebeurt toch alleen bij analoge televisie?”
“Dat kan kloppen, want ik kijk analoog.”

“…”

Toen de medewerker weer op zijn stoel zat, probeerde hij mij zo goed en zo kwaad als het ging nog te helpen. En dat voor 10 cent per minuut, plus de kosten van uw mobiele telefoon.

We zijn een uitstervend ras, de analoge kijkers. Over twee dagen krijg ik geheel kosteloos een nieuwe kabel met een speciaal keurmerk toegestuurd, omdat dat de enige mogelijke oplossing was die de helpdeskmedewerker kon bedenken. Hij nam niet eens de moeite om mij een digitaal kastje aan te smeren. We geven niet op!

 

Een heel normaal gesprekje tussen twee meisjes van een jaar of tien

“Heb je je iPhone al teruggekregen van juffrouw?”
“Ja, vanmiddag pas. Vet veel gemist joh!”

Social

Twee vakkenvullers in een gangpad.
De één: “Joh, dan meld je je toch gewoon ziek?”
De ander: “Nee man, dan kan ik toch helemaal niet op Facebook zetten dat ik bier drink met m’n kameraden?”

Bakkie

Ze houdt van zingen en van koffie. Dus als ik haar vraag: “Hebt u zin in koffie?” klinkt al snel luidkeels Rita Corita’s klassieker.
“Koffie, koffie, lekker bakkie koffie,” zingt ze, waarop ik vervolg: “Jongens, wie lust er een kop?”

Als de koffie klaar is overhandig ik haar de tuitbeker troost. Ze reageert niet, dus ik zeg: “Kijk, mevrouw, de koffie is klaar. U mag de beker wel pakken.”

En daar begint ze weer te zingen, op dezelfde melodie: “Pakken, pakken, lekker bakkie pakken…”