Boeven vangen

Ik stond onder de douche mee te zingen met de radio, toen ik in de verte iets hoorde dat op de deurbel leek. Ik besloot er niets op uit te doen; waarschijnlijk een postbode die zijn pakketje ook best bij de buren kwijt zou kunnen. Dus ik douchte door.

Opnieuw ging de bel, schijnbaar iets luider dan de eerste keer. Ik draaide de kraan dicht en luisterde, alsof er iets te horen viel. En dat viel er: een derde keer rinkelde de deurbel. Een onaangenaam gevoel bekroop mij en ik haalde een handdoek over mijn lichaam heen, pakte her en der wat kleding en zorgde dat ik enigszins bedekt bij de voordeur arriveerde. Intussen had de persoon voor mijn deur een vierde en zelfs een vijfde keer op de bel gedrukt.

Ik draaide de sleutel om en opende de deur. Eenmaal naar buiten kijkend schrok ik me wezenloos: twee politieagenten stonden op de stoep. Nare ongelukken schoten door mijn hoofd, er zou vast iets aan de hand zijn met een familielid, of misschien een buurtonderzoek naar aanleiding van een aangetroffen stoffelijk overschot in mijn blok. Lees verder »

Rustgevend

De vrouw kijkt zoekend om zich heen en de ijverige vakkenvuller vraagt of hij haar kan helpen.
“Heeft u die ‘Goede Nachtrust’ thee nog? Van, uh… Sepultura.”
“Zonnatura bedoelt u?”

Die bedoelt ze.

Spannend

Hoewel ze moeilijk praat, hebben we hele gesprekken. Ik smeer haar boterhammetjes en vraag hoe het met haar gaat.
Haar antwoord is duidelijk: het gaat zo-zo.
“Niet goed en niet slecht?” vraag ik.
Nou, precies, daar komt het wel op neer.
“Ik ken het,” zeg ik, “mijn leven is ook wat saai de laatste tijd.”
Saai ja, dat vindt zij dus ook.
We kletsen wat verder terwijl ik haar avondmaal bereid, totdat ik het mes laat vallen.
“Kijk,” zeg ik terwijl ik het mes onder de kraan afspoel, “dit is werkelijk het spannendste dat mij vandaag is overkomen.”

Dat we daarna de slappe lach krijgen is overigens veruit het leukste.

Fiets

“Ik moest elke nacht wel een paar keer naar de wc, maar ik kon er bijna niet meer komen,” vertelt ze. “En de nachtzuster had ook moeite om me te houden. Maar nu gaat het gelukkig beter, want ik heb nu een…”
Ze kan niet op het woord komen.
“Ach toe, een…”
Ik wil haar helpen en heb het woord ‘postoel’ in mijn hoofd al klaar, maar ze is me toch voor.
“Ja, een pleefiets!”

Brie

Beter twee dagen later dan nooit vieren wij zijn verjaardag. Op tafel staan pinda’s, cashewnoten en toastjes met drie soorten beleg. De niet-meer-jarige deelt uit.

“Wat wil je erop?” vraagt hij aan haar.
“Doe maar brie,” antwoordt ze. Hij pakt het bakje met eiersalade en begint te smeren. Ze kijkt verbaasd; een blik die hij, wanneer hij haar aankijkt, direct overneemt.
“Wat?” vragen ze elkaar op het zelfde moment.

“Doe maar brie,” zei ze.
“Alledrie,” verstond hij. Hij besloot met de eiersalade te beginnen.

Vierenzestig is hij geworden, al zou niemand het hem geven. Altijd actief, een halve eeuw hard gewerkt, veel meegemaakt maar ook zeker niet verzuimd van de mooie dingen te genieten. Dat alles houdt hem jong.

Alleen het gehoor, dat werkt niet altijd mee.

Geluk



Hij wil van drie hoog naar beneden, dus ik rijd hem in zijn rolstoel de lift in.
“En nu maar hopen dat het kabeltje niet knapt,” zegt hij bloedserieus.

Als we op de begane grond zijn en de liftdeuren zich openen, klinkt nog even ernstig, doch opgelucht: “We hebben geluk gehad.”

Lekker

Ze zit te lezen, dus ik vraag: “Spannend boek?”
Ze kijkt op. “Huh, pannenkoek?”
“Nee,” reageer ik lachend, “is dat een spannend boek?”
“O,” zegt ze enthousiast. “Lekker!”

Tien koeien

Even over de Poolse grens bestelde ik mijn eerste Poolse biertje. Een halve liter Lech, gekoeld en wel, voor omgerekend net een euro. De mevrouw achter de bar sprak enkel Pools en daarvan had ik nog geen kaas gegeten. Met handen, voeten en “piwo”, één van de twee Poolse woorden die ik me tot dan toe eigen had gemaakt, redde ik me, maar ik voelde me gehandicapt zonder de juiste woorden om de mevrouw te bedanken of een fijne dag te wensen.

Ik vroeg onze van oorsprong Poolse reisgenote, gids en tolk om hulp. “Dankjewel,” zei ze, “is in het Pools ‘dziękuję’. Tegen Nederlanders zeg ik altijd ‘tien koeien’, dat is makkelijker te onthouden.”

En zo passeerden heel wat koeien de revue, want de Poolse gastvrijheid was er één die ik nog niet kende. We werden meer dan hartelijk ontvangen, er was heerlijk voor ons gekookt en gebakken en na onze optredens kwamen wildvreemde mensen naar ons toe. Zo was er de oudere mevrouw die mij de hand kwam schudden. “[voor mij helaas onverstaanbaar]” zei ze, gelukkig met een gezichtsuitdrukking die ik wel begreep en die mij “dziękuję” deed zeggen. Hierna vervolgde ze: “[ook dit was helaas onverstaanbaar voor mij]“, waarop ik haar in achtereenvolgens Duits en Engels vroeg of ze misschien één van die talen sprak. Ze keek me niet-begrijpend aan en praatte vrolijk verder. Met handgebaren maakte ik haar duidelijk dat ik haar niet begreep, waarna ze een mobiele telefoon pakte. Haar bibberende vingers drukten op verschillende toetsen, totdat er een bekend geluid klonk. Het was ons koor dat een nummer van Michael W. Smith zong. Trots toonde de mevrouw mij het display: ze had ons gefilmd.

Dziękuję“, zei ik, vanuit de grond van mijn hart. Meer woorden had ik niet.

Katholiek

“Jullie zijn een koor?” reageert hij op ons enthousiasme. “En wat voor koor zijn jullie dan?”
“Een katholiek koor,” zeggen wij.
“O, rooms-katholiek?” vraagt hij.
“Ja, inderdaad, een rooms-katholiek kerkkoor.”
“Aha. Ja, ik ken het. Alie hier,” wijst hij naar de vrouw naast hem, “heeft heel lang in een hervormd kerkkoor gezongen. Dus ook katholiek, maar alleen niet rooms.”

Gezellig

Ik zat op de bank met mijn bord rijst met kerrieprut toen de telefoon ging. Het was een meneer van de regionale krant, met de mededeling dat hij niet belde om mij een abonnement te verkopen.
“Kijk aan,” zei ik.
“Nee,” vervolgde de meneer, “ik mag u deze keer een geweldige aanbieding doen: zes weken de krant voor slechts drie euro per week!”
Ik vertelde de meneer direct dat ik geen interesse had, dat ik het nieuws wel via internet tot mij neem en dat kranten in mijn huis slechts bestaansrecht hebben als aanvulling op de kas van de Haaksbergse scouting. De meneer reageerde teleurgesteld en wenste mij een fijne avond. Ik wenste hem niets minder.

Eens per week help ik een jonge vrouw uit Eritrea met de Nederlandse taal – dit in het kader van een maatjesproject – en de ochtend na mijn telefoongesprek met de meneer van de regionale krant zat ik bij mijn maatje aan tafel. Haar telefoon ging en ze nam op. Af en toe zei ze zacht ’ja’, of ‘ok’, totdat ze vroeg of haar gesprekspartner een momentje had. Ze keek mij vragend aan en ik vroeg of ik kon helpen.
Lees verder »