Archive for the ‘In het verzorgingshuis’ Category

You are currently browsing the archives for the In het verzorgingshuis category.


Nachtdienst

Me een hoedje schrikken van mijn eigen spiegelbeeld: check.

Lui

Ze zit onderuitgezakt op het toilet, met het Tenabroekje op haar enkels, haar armen op de armsteunen en haar rug geleund tegen de spoelbak.

“U doet net alsof u op een luie stoel zit!” zeg ik oprecht verbaasd.
“Ach ja,” zegt ze om zich heen kijkend, “ik zit hier toch ook bij de luiers!”

Jubileum

“Vanmiddag ga ik op bezoek bij mijn broer en schoonzus,” vertelt de zesentachtigjarige met geheugenproblemen. “Ze waren gisteren vijfentwintig jaar getrouwd.”
Wellicht zijn de echtelieden pas op latere leeftijd in het huwelijk getreden, maar ik vraag het toch maar voor de zekerheid. “Vijfentwintig jaar?”
“Ja, vijfentwintig jaar. Of vijfendertig… nee, vijfenveertig?”
Ik heb haar aan het twijfelen gebracht.

“Nou ja, in ieder geval een heel eind.”

Leeftijd

“Hebt u de moestuin nog?” vraag ik aan de 94-jarige.
“Jazeker,” antwoordt hij. “Ik wilde er eigenlijk mee stoppen, maar mijn zoon en dochter zeiden allebei: ‘Vader, ga er toch mee door. Het houdt je nog in beweging.’”

Even is hij stil. Dan zegt hij: “Ze denken zeker dat ik 84 ben!”

Bakkie

Ze houdt van zingen en van koffie. Dus als ik haar vraag: “Hebt u zin in koffie?” klinkt al snel luidkeels Rita Corita’s klassieker.
“Koffie, koffie, lekker bakkie koffie,” zingt ze, waarop ik vervolg: “Jongens, wie lust er een kop?”

Als de koffie klaar is overhandig ik haar de tuitbeker troost. Ze reageert niet, dus ik zeg: “Kijk, mevrouw, de koffie is klaar. U mag de beker wel pakken.”

En daar begint ze weer te zingen, op dezelfde melodie: “Pakken, pakken, lekker bakkie pakken…”

Druk

“Is het druk?” vraagt ze als ik wat gehaast binnenkom.
Ik neem wat gas terug en antwoord naar waarheid. “Ja, best wel.”

Ze zucht diep en roept verontwaardigd: “En dat in een rusthuis!”

Beha

“Ik draag geen beha,” zegt ze, gerimpeld en tandeloos maar nog altijd goedlachs.
“Al sinds mijn trouwdag niet meer. Ik had een mooie nieuwe, met kant, maar mijn man zei: ‘Wat moet ik met dat ding? Die heb ik niet nodig!'”

Rust

“Goedemiddag!” roep ik opgewekt terwijl ik de kamer binnenloop. De man ligt wat weg te dommelen in zijn luie stoel, terwijl de vrouw stilletjes aan tafel zit.
“Wat een serene rust hier,” zeg ik, terwijl de beide echtelieden langzaam ontwaken. “Hebben jullie zin in een kop thee?”

Terwijl ik in het keukentje, theezakje in de aanslag, op de waterkoker wacht, hoor ik dat de mensen tegen elkaar beginnen te praten. Het eten was niet lekker, het middagslaapje te kort en het weer verschrikkelijk voor de tijd van het jaar. Ze mopperen wat af.
En dan zegt de man: “Wat zei ze nou eigenlijk? Sirene rust? Een sirene is toch juist helemaal niet rustig?!”

Pukkel

Hij zat er al even, midden op mijn kin. Vervelend, maar ik kon me er niet zo druk om maken als ik jaren geleden deed. Als het echt zo zou opvallen, zouden mensen er toch wel wat van zeggen?

Zesennegentig jaar en net de warme maaltijd genuttigd. Terwijl ik zijn bord en bestek opruimde, keek hij me aan.
“Wat heb je daar zitten?” vroeg hij. “Daar, op je kin?”
“Een pukkel,” antwoordde ik.
“O,” zei hij, “een pukkel. En waar komt dat dan vandaan?”
“Ze komen vanzelf en ze gaan vanzelf weer weg,” was mijn reactie.
“Nou, het is anders wel een hele grote!” maakte hij het gesprek af.

Koffie

“Hoe drinkt u uw koffie?” vroeg ik.
“Zwart,” antwoordde de mevrouw.
“Ah, lekker,” zei ik, “zo drink ik hem ook.”
“Zwarte koffie is goed,” zei ze. “Echte koffiedrinkers drinken hem zwart.”
“Precies,” deed ik er een schepje bovenop. “Suiker en melk zijn voor mietjes!”
Ze lachte, terwijl haar man de kamer binnenkwam.

“Hoe drinkt u uw koffie?” vroeg ik aan haar man.
“Suiker en melk graag,” antwoordde hij.
Ik keek de mevrouw aan en ze knipoogde, terwijl haar mond bewoog.
“Mietje,” liplas ik.