Archive for the ‘Het leven van Janneke’ Category

You are currently browsing the archives for the Het leven van Janneke category.


De parabel van de ex-vrouw

Ik kwam een man tegen die ik niet zo goed kende, maar van wie ik toevallig wist dat hij een jaar of vijf geleden gescheiden was. Daarom vroeg ik hem hoe het eigenlijk met zijn ex-vrouw ging.

Hij reageerde een beetje vreemd.
“Uh, die heb ik eigenlijk al een hele tijd niet meer gesproken,” zei hij.
Dat vond ik best raar. Ik had toch minstens verwacht dat hij het in de laatste vijf jaar nog eens opnieuw had geprobeerd met zijn ex.
Dus ik vroeg hem: “Ben je dan niet van plan om het nog eens opnieuw te proberen met haar?”

Dat was hij niet van plan, zei hij een beetje ongemakkelijk.

Ik kon het niet aanzien dat iemand zo onverantwoord omsprong met zijn toekomst. Wat ik namelijk wel eens had opgevangen in de wandelgangen, was dat deze man zich ook nog eens scheel betaalde aan alimentatie voor de vrouw met wie hij ooit getrouwd was. Mij leek de oplossing simpel: hertrouwen met zijn ex.

Met alle liefde en toewijding probeerde ik het dus nog een keer: “Zou je het echt niet nog eens proberen met haar? Al was het maar alleen om het geld?”

De man gaf geen antwoord maar liep boos weg, mij in vertwijfeling achterlatend. Wat is het jammer dat sommige mensen geen goed advies kunnen waarderen.

 Ach, lieve lezer, u weet dat direct zijn niet mijn sterkste kant is, maar ik wil u alleen maar even zeggen dat ik écht mijn onafgemaakte studie niet opnieuw ga oppakken. U hoeft er dus niet meer naar te vragen.

Tissue

Na een gezellige dag in de stad neem ik op het station afscheid van mijn gezelschap, dat op de fiets naar huis moet. Het regent en ik bied hem mijn jas aan, waarvoor hij vriendelijk bedankt. “Ik maak me meer zorgen om mijn telefoon,” zegt hij, “ik hoop niet dat die nat wordt.”

Ik zoek in mijn tas naar iets van plastic en vind een pakje papieren zakdoeken. Het plastic pakje blijkt precies om de bewuste telefoon te passen en gerustgesteld fietst mijn gezelschap naar huis.

Het is rustig in de laatste bus naar Haaksbergen. Vijf jongens die waarschijnlijk hebben deelgenomen aan de hogeschoolintroductie en een jonge vrouw reizen met mij mee. Ik zit wat voor me uit te staren, als ik de buschauffeur hoor roepen: “Hoort hij bij jullie? Moet ik misschien even stoppen?” Ik kijk naast me en zie een jongen gebaren dat we door kunnen rijden. Op zijn kin en in zijn handen zit een slijmerige substantie met stukjes die ooit eetbaar waren.

Ik kijk in mijn tas, zie negen losse papieren zakdoekjes en geef er een paar aan de jongen. Die reageert amper en veegt met één ervan zijn mond af.

Vlak voor Haaksbergen roept één van de andere jongens naar de buschauffeur. “Wilt u zo stoppen? Dan zal ik hem ook meenemen.”

Ze stappen uit. Drie nauwelijks gebruikte papieren zakdoekjes blijven achter.

Mitragisch

“Goedemiddag!”
“Goedemiddag…”

- Op zo’n moment heb ik de neiging om de enige juiste vraag dan maar zelf te stellen. “Kunt u mij helpen?” Maar ik doe het niet. -

“Uh, goedemiddag, ik zoek een bierpakketje om cadeau te geven.”
“O, nou, we hebben deze hier, voor acht euro…”
“Aha, en wat zit er precies in?”
“…en dan hebben we deze, voor twaalf euro vijftig.”
“Ah. En wat voor biertjes zitten daarin?”
“Allemaal gewoon bier van verschillende merken. Speciaalbier vindt niet iedereen lekker namelijk.”
“O. Ik zoek eigenlijk wel een paar speciaalbiertjes.”
“Dan moet je maar wat losse flesjes bier uitzoeken daar.”
“En kunt u daar dan een mooi cadeaupakketje van maken?”
“Dat moet ik dan maar doen ja.”

De meneer loopt weg en ik kijk naar het schap met speciaalbier. Er is een aardig assortiment en ik pak zomaar een flesje van de plank. “THT 03-10″ staat erop. Nadat ik meerdere verstreken houdbaarheidsdata heb gezien, besluit ik toch de extra kilometer naar die andere slijterij maar af te leggen.
“Veel van die biertjes zijn over de datum,” zeg ik dan maar tegen de verkoper.
“Ja, daar moet je natuurlijk wel op letten.”
“Uh, ik kijk toch maar even verder.”
“Ja doe maar.”

Even later reken ik bij die andere slijterij een mooi pakketje oudhollandsche biertjes af.

Aardig

Natuurlijk is het fijn als iemand je veel succes gunt. Zelfs wanneer hij, na een avondje kroeg, niet helemaal uit zijn woorden komt.

“Nou, uh, ik wens je veel seks.”

Toch aardig.

Met de wind mee

Opeens zie ik mezelf in een bootje, midden op zee. Of, nou ja, een Fries meer. Veel water om me heen, het waait hard en het bootje schommelt. Ik ben zeeziek – meerziek? – en als ik niet oppas val ik overboord. En ik kan niet zwemmen.

Dat wil zeggen: ik heb al jaren niet meer gezwommen. Ik ben een beetje bang voor dieper-dan-enkeldiep water en bovendien zijn er kledingstukken die mij beter staan dan een bikini. Een zeilpak wellicht.

Misschien begrijpt u het: ik ga het komende weekend zeilen, of in ieder geval een poging doen me de kunst van het zeilen eigen te maken. Of enkel doodsbang bibberend in een bootje zitten, om bij het eerste dorpje een taxi te bestellen.

Hoe dan ook, ik ga een weekendje weg en daar heb ik toevallig wel heel veel zin in!

Finale

“Denkt u dat we wereldkampioen worden?” vroeg ik haar.
“Ik weet het niet,” antwoordde ze. “‘t Zal wel heel zwaar worden met deze hitte.”
“Maar ze voetballen niet in Nederland,” reageerde ik.
“Nee, maar denk je niet dat het in Spanje nóg warmer is?”

‘s Avonds zag ik ze zitten, daar in Johannesburg, op de bank, met dekentjes over hun benen. Aan de warmte heeft het in ieder geval niet gelegen.

Teniet

De caissière was er één van het minder beleefde soort.

De klant voor me wilde een sigarettenbon uit de automaat trekken. “Doet het niet, je moet die gebruiken,” zei het kassameisje met een diepe zucht. Het was zo’n meisje dat de kassabon al verfrommeld heeft terwijl ze vraagt of je het papiertje wilt hebben. Dat vroeg ze mij overigens als volgt: “Bon nog?” Natuurlijk zei ik ja.

Zo vaak erger ik me allerlei kleuren aan winkelpersoneel dat het klant-is-koning-principe verre van aanhangt. Deze keer ergerde ik me niet.

En dan kan Nederland ook nog wereldkampioen worden.

Maar soms gebeuren er dingen die alle kleine ergernissen en vreugdes even tenietdoen.

Seksecomplex

Al mijn vrije dagen werden wegens zieke collega’s opeens werkdagen en ik had een sollicitatiegesprek op de dag voor de bruiloft. En op die bruiloft wilde ik toch wel graag nieuwe kleren dragen. Zodoende reed ik om half vier naar de stad. Ik parkeerde mijn Golf 2 en draaide het schuifdak dicht, maar dat ging niet zoals dat hoorde.

Na wat boven- en onderdakse handelingen sloot het schuifdak en kon ik richting winkels. Ik besloot het rijtje af te gaan. Filialen van alle grote ketens bezocht ik, alsmede die van enkele kleinere, en ik paste veel.

Zo was er het tuniekje dat op een vuilniszak leek. De legging waar spontaan een knoop vanaf sprong toen hij mijn grof gebouwde kuit passeerde. De witte driekwartbroek die mijn heupen twee keer zo breed deed lijken. En de jurkjes. Read the rest of this entry »

Mislukt

Ik ben bloeddonor. Leest u gerust verder; ik zal u in dit stukje niet proberen te overtuigen om ook bloeddonor te worden. Ik raad het u hooguit aan.

Vijf jaar geleden moest ik voor het eerst sinds lange tijd bloed prikken voor een onderzoek naar de ziekte van Pfeiffer en het viel me erg mee. Dat was voor mij het moment om me aan te melden als donor – een naald is een naald, toch? Die naald gaat inmiddels een paar keer per jaar mijn arm in en ik weet tegenwoordig precies welke ader het meest geschikt is om een halve liter bloed af te staan.

Bloed geven voelt goed, en niet alleen omdat je mensen kunt helpen zonder er zelf slechter van te worden. Voorafgaand aan elke donatie word je gekeurd en het is fijn om een paar keer per jaar op de hoogte te worden gesteld van je bloeddruk en Hb-gehalte. Vooral als deze waarden al jaren constant zijn en je zonder problemen je halve liter bloed mag inleveren.

U voelt hem al aankomen: vandaag mocht ik weer. Ik had er zin in, had goed gegeten en gedronken en voelde me fit. Ja, ik had na de laatste afname een arts geraadpleegd vanwege een langdurige verkoudheid, maar de verpleegkundige zag hier geen problemen in. Mijn bloeddruk was iets hoger dan normaal, maar meestal ben ik vrij op bloedgeefdagen en deze keer had ik de hele dag gewerkt. En toen kwam de vingerprik. Read the rest of this entry »

Boeg

“Wie ben je?” vraagt ze vanuit het bed waarin ze al de hele middag ziek ligt te zijn.
“Janneke,” zeg ik.
“O, Janneke, je bent jarig geweest, gisteren geloof ik toch? Dat las ik vanochtend in het blad. Gefeliciteerd!”
Ze steekt me haar hand toe. “Hoe jong ben je geworden?”
“Zevenentwintig,” wen ik steeds iets meer aan mijn nieuwe leeftijd.
“O, zevenentwintig, mooi hoor, dan heb je nog een hele…”
Ze lijkt te twijfelen.
“…een hele boeg voor de rug,” zegt ze dan.