Archive for the ‘Huize theefiets’ Category

You are currently browsing the archives for the Huize theefiets category.


Zekeringen

“En hoe weet ik of ik snelle of trage zekeringen moet gebruiken?” vraag ik aan de verkoopster in de bouwmarkt.
“Herman, wil je even komen?” is haar reactie. Gelukkig komt Herman direct.
“Herman, deze mevrouw vraagt of ze snelle of trage zekeringen moet gebruiken.”

Het wordt me al snel duidelijk: Herman weet het ook niet, maar doet beter zijn best om zijn gebrek aan kennis te verbloemen. Na een onduidelijk verhaal over fabrikanten die zich indekken en de retorische vraag hoe vaak je nou eigenlijk hoort dat er iets ernstigs gebeurt door een verkeerde stop, moet ik mijn keuze maken. Ik kies de snelle.

“Waar is Kraaijkamp als je hem nodig hebt?” probeer ik nog grappig te doen. Beide medewerkers kijken me vreemd aan. “Ja, want die heeft toch meer verstand van zekeringen!”

Soms word ik best moe van mezelf.

Weegschaal

Het gebeurde een tijdje geleden. Een paar maanden, of misschien een paar jaar. Ik ging op mijn weegschaal staan, maar hij deed het niet. De batterij was natuurlijk leeg, want dat gebeurt met batterijen. Ik zou snel een nieuwe kopen.

Gisteren kocht ik dan een nieuwe batterij. Het schoot me opeens te binnen toen ik een setje afzuigkaplampen wilde afrekenen. Want een winkel met afzuigkaplampen zal ook wel batterijen verkopen, toch?

“Ik wil graag de goedkoopste,” zei ik.
“Waarvoor is de batterij?” vroeg de verkoper.
“Voor een personenweegschaal,” antwoordde ik.
“Dan raad ik u aan om een iets duurdere te kopen,” adviseerde de verkoper.
“Toch wil ik graag de goedkoopste,” zei ik standvastig. Of eigenwijs. Om me nader te verklaren voegde ik toe: “Ik sta er toch bijna nooit op.”

Ik stopte de batterij in de weegschaal, nadat ik de afzuigkaplampen in de afzuigkap had gedraaid. (Overigens kookte ik al ruim een half jaar zonder verlichting.) Omdat ik natuurlijk moest testen of de weegschaal het nu weer deed, ging ik erop staan. Ik wist natuurlijk wel zo’n beetje hoeveel ik zou wegen. Read the rest of this entry »

Analoog

Nederland 1 stoort op mijn televisie, dus ik belde de klantenservice van Ziggo.

“Waar kan ik u mee helpen?”
“Ik heb een storing op mijn televisie. Alle zenders zijn scherp, behalve Nederland 1, die geeft een heel slecht beeld.”

De helpdeskmedewerker zocht, dacht na, vroeg ‘even’ iets aan een collega maar niet voordat hij het wachtmuziekje inschakelde.

“Mevrouw, bedankt voor het wachten. We zijn er nog niet achter waar het aan ligt. Hoe ziet die storing er precies uit?”
“Nou, ik zie heel veel sneeuw in beeld.”
“Sneeuw in beeld?”
“Ja, inderdaad.”
“Maar dat is vreemd, dat gebeurt toch alleen bij analoge televisie?”
“Dat kan kloppen, want ik kijk analoog.”

“…”

Toen de medewerker weer op zijn stoel zat, probeerde hij mij zo goed en zo kwaad als het ging nog te helpen. En dat voor 10 cent per minuut, plus de kosten van uw mobiele telefoon.

We zijn een uitstervend ras, de analoge kijkers. Over twee dagen krijg ik geheel kosteloos een nieuwe kabel met een speciaal keurmerk toegestuurd, omdat dat de enige mogelijke oplossing was die de helpdeskmedewerker kon bedenken. Hij nam niet eens de moeite om mij een digitaal kastje aan te smeren. We geven niet op!

 

Uitgevezeld

Ooit was glasvezel iets nieuws, dat alleen in mijn dorp beschikbaar was. Althans, dat wilde men mijn plaatsgenoten graag doen geloven. Regelmatig kwam er post van het glasvezelbedrijf om ons, welwillende burgers, te informeren over datgene dat ons leven zou veranderen.

Er waren Duitsers, Polen, Hongaren en andere harde werkers die het hele dorp in weer en wind vakkundig beglasvezelkabelden. Toen het hele dorp eenmaal voorzien was van deze wondertechnologie, kwam de brief waarom het allemaal ging: die met de datum waarop de aansluitmonteur de boel zou komen aansluiten in mijn huis.

Ik was niet thuis op de genoemde dag. Er volgden een nieuwe datum, een voorstel van mijn kant en een afwijzing van de kabelboer, waarop ik besloot dat er meer mis is met gedoe dan met retro. U moet weten: ik kom oorspronkelijk uit het buitengebied. Terwijl mijn leeftijdsgenoten in het dorp hele dagen analoog bekabeld Kindernet keken, was ik veroordeeld tot Die Sendung mit der Maus en buitenspelen. Vooral dat laatste beviel mij. Ik heb dus nog enige analoge kijkuurtjes in te halen.

Al mijn buren genoten van de glasvezelkastjes in hun huizen, maar bij mij viel er enkel te genieten van een bundeltje kabels in de voortuin. Om dit te camoufleren liet ik drie jaar lang het onkruid voor mijn huis welig tieren.

En toen ging mijn vader met pensioen. Read the rest of this entry »

Ode aan de vuilnisman

Ik had een vrije donderdagochtend en stond om een uur of tien onder de douche, toen me potseling iets te binnen schoot: de otto!

Het was alweer veertien dagen geleden dat de otto, of vuilcontainer, geleegd was. Ik ben gewend om op woensdagavond de grijze bak op de stoep te zetten, maar was dat de vorige avond helemaal vergeten.

Terwijl ik me afvroeg wat ik zou aantrekken, hoorde ik de vuilniswagen verderop in de straat. Snel greep ik een korte broek en hemdje van de moet-eigenlijk-in-de-was-stoel en rende ik, struikelend op mijn slippertjes, naar buiten. Fris! Een vestje bood uitkomst.

Ik rolde mijn otto naar de straat en zag dat ik op tijd was. Ik besloot te wachten en toe te kijken. Read the rest of this entry »

Boeven vangen

Ik stond onder de douche mee te zingen met de radio, toen ik in de verte iets hoorde dat op de deurbel leek. Ik besloot er niets op uit te doen; waarschijnlijk een postbode die zijn pakketje ook best bij de buren kwijt zou kunnen. Dus ik douchte door.

Opnieuw ging de bel, schijnbaar iets luider dan de eerste keer. Ik draaide de kraan dicht en luisterde, alsof er iets te horen viel. En dat viel er: een derde keer rinkelde de deurbel. Een onaangenaam gevoel bekroop mij en ik haalde een handdoek over mijn lichaam heen, pakte her en der wat kleding en zorgde dat ik enigszins bedekt bij de voordeur arriveerde. Intussen had de persoon voor mijn deur een vierde en zelfs een vijfde keer op de bel gedrukt.

Ik draaide de sleutel om en opende de deur. Eenmaal naar buiten kijkend schrok ik me wezenloos: twee politieagenten stonden op de stoep. Nare ongelukken schoten door mijn hoofd, er zou vast iets aan de hand zijn met een familielid, of misschien een buurtonderzoek naar aanleiding van een aangetroffen stoffelijk overschot in mijn blok. Read the rest of this entry »

Opgeruimd staat netjes?

In een oeverloze poging om mijn huis op te ruimen haalde ik drie grote zakken vol kleding uit mijn kasten. Ik overdrijf: het waren twee gemiddelde huisvuilzakken en één uit de kluiten gewassen Komo. In ieder geval genoeg om met de auto naar de containers van het Leger des Heils te rijden, maar te weinig om echt verschil te maken in mijn huis.

Nooit eerder leverde ik kleding in bij het Leger. Meestal bracht ik mijn lompen bij mijn ouders, die ze netjes bewaarden totdat de plaatselijke Caritas weer een transport naar Polen of Roemenië organiseerde. De ReSharecampagne van het Leger heeft echter bij minstens één persoon tot bewustwording geleid: waarom moeilijk doen als het simpel kan? Read the rest of this entry »

Aan het inbrekersgilde van Twente,

Vandaag kreeg ik groen licht: van 5 tot en met 20 september heb ik vakantie. Aangezien ik momenteel geen geld heb voor leuke reisjes – er valt sowieso weinig bij me te halen – blijf ik in die periode thuis. U moet er dus rekening mee houden, dat u op uw zoektocht tussen stapels bladmuziek, kleding van de Takko, een verdwaalde Nokia 3310 en kringloopmeubels, plotseling oog in oog kunt komen te staan met de officiële bewoonster van huize theefiets. Wees niet bang, sinds zij niet meer samenwoont met haar grote zus doet zij niet aan geweld en wellicht biedt ze u een kopje koffie aan. Om inkomstenderving te voorkomen, raad ik u echter aan in uw professionele bezigheden huize theefiets begin september over te slaan.

Met vriendelijke groeten,

 Janneke Achternaam

Multimuzikaal

Mijn straat is niet multicultureel te noemen. Hoewel er buiten de Nederlandse wel enkele andere nationaliteiten vertegenwoordigd zijn, bestaat het overgrote deel van de inwoners uit echte tukkers. Multi is mijn straat echter zeker.

Starters en gepensioneerden, werkenden en werklozen, alleenstaanden, hetero- en homoseksuele stellen en zelfs enkele gezinnen, met of zonder huisdieren, sporters, kunstenaars en muzikanten, alcoholisten, blowers en snuivers, fietsers, automobilisten en vrachtwagenchauffeurs, maar allemaal lijken ze één ding gemeen te hebben: ze houden van muziek.

En zo gebeurt het, dat ik ‘s middags in de tuin zit met mijn boekje. Uit de speakers, via de geopende achterdeur, klinken Bob Dylans bekendste nummers, totdat de cd afgelopen is. Ik blijf zitten. In mijn linkeroor dwarrelen de vrolijke klanken van muziek uit het moederland van mijn Iraakse schuinbovenburen. Rechts naast me wordt hardstyle gedraaid met de volumeknop zoals die in dit genre bedoeld is. Boven me de grootste hits van het laatste decennium, terwijl uit de verte een geheime zender klinkt. En dan blijkt de organiste van de nabijgelegen kerk – mijn “tuinhuisje” – zich uit te leven. Ik glimlach.

Mijn straat is niet multicultureel te noemen. Wel multimuzikaal.

Noaberplicht

Had ik net geschreven dat ik mijn bovenbuurman nauwelijks nog spreek, staat hij opeens voor mijn deur. Hij had een pakketje voor me, en na een tijdje aan de deur gekletst te hebben nodig ik hem uit wat te komen drinken.

Dat had ik beter niet kunnen doen. Op melk en karnemelk na is het enige drinkbare in mijn koelkast een flesje cola met een houdbaarheidsdatum van een halfjaar geleden. Dan maar een flesje wijn opentrekken, zeg ik, terwijl ik mijn kurkentrekker zoek. Als ik na enkele minuten nog steeds aan het zoeken ben, zegt de buurman dat hij best even wat wil ophalen van boven. Biertje dan maar?

En zo drinken we spontaan een biertje met elkaar, de man die nog drie dagen mijn bovenbuurman zal zijn en ik. We kletsen wat bij over zijn huis, mijn werk en onze straat, want daarover valt altijd genoeg te vertellen. Zo horen buren te zijn, bedenk ik me weemoedig terwijl de bovenbuurman een uurtje later mijn voordeur achter zich dichttrekt, maar niet voordat we hebben afgesproken dat ik binnenkort zijn nieuwe huis kom bekijken. En dat ik dan voor het bier zorg.

(Wie niet weet wat noaberplicht is, klikt hier.)