Archive for the ‘Muzikaal actief’ Category

You are currently browsing the archives for the Muzikaal actief category.


Nooduitgang

“De nooduitgang kan niet meer open,” vertelde hij over het gebouwtje.
Ik schrok en dacht aan alle avonden die ik er had doorgebracht, naar achteraf bleek met gevaar voor eigen leven.
“O jee,” zei ik, “er zou maar eens brand uitbreken!”
“Ach ja,” reageerde de man lauw. En toen fel: “Maar als er inspectie komt, dan hebben we toch echt een probleem!”

Tien koeien

Even over de Poolse grens bestelde ik mijn eerste Poolse biertje. Een halve liter Lech, gekoeld en wel, voor omgerekend net een euro. De mevrouw achter de bar sprak enkel Pools en daarvan had ik nog geen kaas gegeten. Met handen, voeten en “piwo”, één van de twee Poolse woorden die ik me tot dan toe eigen had gemaakt, redde ik me, maar ik voelde me gehandicapt zonder de juiste woorden om de mevrouw te bedanken of een fijne dag te wensen.

Ik vroeg onze van oorsprong Poolse reisgenote, gids en tolk om hulp. “Dankjewel,” zei ze, “is in het Pools ‘dziękuję’. Tegen Nederlanders zeg ik altijd ‘tien koeien’, dat is makkelijker te onthouden.”

En zo passeerden heel wat koeien de revue, want de Poolse gastvrijheid was er één die ik nog niet kende. We werden meer dan hartelijk ontvangen, er was heerlijk voor ons gekookt en gebakken en na onze optredens kwamen wildvreemde mensen naar ons toe. Zo was er de oudere mevrouw die mij de hand kwam schudden. “[voor mij helaas onverstaanbaar]” zei ze, gelukkig met een gezichtsuitdrukking die ik wel begreep en die mij “dziękuję” deed zeggen. Hierna vervolgde ze: “[ook dit was helaas onverstaanbaar voor mij]“, waarop ik haar in achtereenvolgens Duits en Engels vroeg of ze misschien één van die talen sprak. Ze keek me niet-begrijpend aan en praatte vrolijk verder. Met handgebaren maakte ik haar duidelijk dat ik haar niet begreep, waarna ze een mobiele telefoon pakte. Haar bibberende vingers drukten op verschillende toetsen, totdat er een bekend geluid klonk. Het was ons koor dat een nummer van Michael W. Smith zong. Trots toonde de mevrouw mij het display: ze had ons gefilmd.

Dziękuję“, zei ik, vanuit de grond van mijn hart. Meer woorden had ik niet.

Katholiek

“Jullie zijn een koor?” reageert hij op ons enthousiasme. “En wat voor koor zijn jullie dan?”
“Een katholiek koor,” zeggen wij.
“O, rooms-katholiek?” vraagt hij.
“Ja, inderdaad, een rooms-katholiek kerkkoor.”
“Aha. Ja, ik ken het. Alie hier,” wijst hij naar de vrouw naast hem, “heeft heel lang in een hervormd kerkkoor gezongen. Dus ook katholiek, maar alleen niet rooms.”

Wakker

Net als ik me om kwart voor twaalf ‘s avonds afvraag of ik niet beter kan stoppen met gitaar spelen, mondharmonica blazen en het soort van zingen dat ik nu al een paar uur doe, rijdt er een auto luid claxonnerend door de straat.

Het ligt nu gelukkig niet aan mij dat de buren wakker zijn.

Goedkeuring

Ik heb niet zo veel contact met mijn buren. Alleen mijn bovenbuurman spreek ik met enige regelmaat, zij het tegenwoordig voornamelijk nog via hyves. Hij gaat namelijk verhuizen en is al maanden aan het klussen in zijn nieuwe woning. Ik vind het jammer dat hij vertrekt, ik heb nooit last van hem gehad en belangrijker nog: hij zegt geen last te hebben van mijn muziek. Als ik piano, gitaar of saxofoon speel, belt hij niet met een kwade kop aan en hij alarmeert ook niet de politie. Zelfs toen ik na een gezellig kroegavondje een paar muzikale cafégangers uitnodigde voor een biertje in mijn huis, waarna er een complete jamsessie ontstond met piano, gitaren, mondharmonica’s en Afrikaanse trommeltjes, werd mijn bovenbuurman niet boos. “Ja, ik dacht al dat ik iets hoorde toen ik ‘s nachts even wakker werd, maar ik heb er niet wakker van gelegen,” was zijn reactie op mijn vraag hoeveel last hij van ons had gehad.

Ook mijn naaste buurvrouw vond mijn muzikale activiteiten prima. Eén keer vroeg ik haar of ze last van me had, en die ene keer verzekerde ze me dat ik wel hele dagen achter de piano mocht doorbrengen. Ze vond het zelfs mooi! Maar ook deze buurvrouw is inmiddels vertrokken en heeft plaats gemaakt voor een niet nader geïdentificeerde buur – in onze straat stelt niemand zich aan elkaar voor. Je kent elkaar gewoon, of niet, of je leert elkaar in de loop van de tijd wel kennen. Veel mag, maar vooral: niets moet. En je voorstellen als nieuwe buur al helemaal niet. Read the rest of this entry »

De wedstrijd voorbij

“Dus je gaat de wedstrijd aan met je moeder,” zegt haar collega voor aanvang van de vormselviering. Mijn moeder, lerares aan een lagere school, vervult op deze zondagochtend de rol van dirigente van het schoolkoor en van haar beide pianospelende dochters heb ik deze keer de eer om het koor te begeleiden.

Ik begrijp de opmerking van de man niet en antwoord: “Muziek is toch geen wedstrijd? Muziek verbroedert juist, dat is het mooie aan muziek!”
“Dan heb jij zeker nooit naar Idols gekeken,” reageert een andere leerkracht droog.

Terwijl ik de minuten voorafgaand aan de mis volspeel met instrumentale versies van jongerenkoorliederen, denk ik na over die laatste opmerking. Natuurlijk speel ik niet tegen mijn moeder, ik speel met haar, wij werken samen. Mijn moeder, het koor en ik. En de docenten die af en toe een kind tot de orde roepen. Maar zelfs onder de kinderen is geen sprake van strijd.

De kinderen zingen enthousiast, de één zuiverder dan de ander. Er zijn zelfs enkele niet-katholieke leerlingen gekomen. Als er op de wereld maar één religie zou zijn, zou ze ‘muziek’ heten en er zou geen oorlog meer zijn.

Althans, voordat Idols bestond. Natuurlijk is kwaliteit belangrijk, maar muziek is meer dan dat. Muziek is gevoel en opeens werd mij duidelijk dat iedereen die zijn gevoel uit door middel van muziek, dat in mijn ogen gewoon moet blijven doen, wat een jury er ook over zou zeggen.

Dat sommige gevoelens beter privé kunnen worden gehouden, spreekt voor zich.