Archive for the ‘Op reis’ Category

You are currently browsing the archives for the Op reis category.


Tissue

Na een gezellige dag in de stad neem ik op het station afscheid van mijn gezelschap, dat op de fiets naar huis moet. Het regent en ik bied hem mijn jas aan, waarvoor hij vriendelijk bedankt. “Ik maak me meer zorgen om mijn telefoon,” zegt hij, “ik hoop niet dat die nat wordt.”

Ik zoek in mijn tas naar iets van plastic en vind een pakje papieren zakdoeken. Het plastic pakje blijkt precies om de bewuste telefoon te passen en gerustgesteld fietst mijn gezelschap naar huis.

Het is rustig in de laatste bus naar Haaksbergen. Vijf jongens die waarschijnlijk hebben deelgenomen aan de hogeschoolintroductie en een jonge vrouw reizen met mij mee. Ik zit wat voor me uit te staren, als ik de buschauffeur hoor roepen: “Hoort hij bij jullie? Moet ik misschien even stoppen?” Ik kijk naast me en zie een jongen gebaren dat we door kunnen rijden. Op zijn kin en in zijn handen zit een slijmerige substantie met stukjes die ooit eetbaar waren.

Ik kijk in mijn tas, zie negen losse papieren zakdoekjes en geef er een paar aan de jongen. Die reageert amper en veegt met één ervan zijn mond af.

Vlak voor Haaksbergen roept één van de andere jongens naar de buschauffeur. “Wilt u zo stoppen? Dan zal ik hem ook meenemen.”

Ze stappen uit. Drie nauwelijks gebruikte papieren zakdoekjes blijven achter.

Met de wind mee

Opeens zie ik mezelf in een bootje, midden op zee. Of, nou ja, een Fries meer. Veel water om me heen, het waait hard en het bootje schommelt. Ik ben zeeziek – meerziek? – en als ik niet oppas val ik overboord. En ik kan niet zwemmen.

Dat wil zeggen: ik heb al jaren niet meer gezwommen. Ik ben een beetje bang voor dieper-dan-enkeldiep water en bovendien zijn er kledingstukken die mij beter staan dan een bikini. Een zeilpak wellicht.

Misschien begrijpt u het: ik ga het komende weekend zeilen, of in ieder geval een poging doen me de kunst van het zeilen eigen te maken. Of enkel doodsbang bibberend in een bootje zitten, om bij het eerste dorpje een taxi te bestellen.

Hoe dan ook, ik ga een weekendje weg en daar heb ik toevallig wel heel veel zin in!

Pim Pam Pet

Op mijn eerste werkdag moest ik regelmatig antwoorden op de vraag die meer een aanname was: “Natuurlijk elke dag wezen après-skiën?” Mijn antwoord was ontkennend. Om avond na avond in de kroeg te hangen hoef ik niet op vakantie. Ik bracht een aantal van mijn wintersportavonden juist op een kneuterige maar gezellige manier door: met lieve vrienden en een koud biertje op de bank in ons appartement. Eén week lang leidden wij bijna een gezinsleven.

Inmiddels weet ik het zeker: vergeet Kolonisten van Catan, laat Triviant maar zitten, want voor de echte lol gaat er niets boven Pim Pam Pet. Dat is niet eens uit te leggen, want als ik vraag om ‘iets dat je in de zomer nodig hebt’ met de letter ‘e’, zult u hooguit glimlachen bij het antwoord ‘eerko’. Wij lagen tien minuten dubbel.

Wat ik u echter niet wil onthouden is het liedje dat direct in mijn hoofd kwam en er vooralsnog niet is verdwenen. “We speelden Pim… Pam… Pehet… op de rand van je behed” is het enige dat ik me nog kon herinneren, maar ik heb hem opgezocht. Sander Vos en De Waterlanders, wie kent ze niet, maakten dit gezellige nummer. De videoclip verbaasde me in positieve zin. Die is net zo melig als het spel.

Biertje?

De Franse skileraar kent mijn naam blijkbaar niet. Hij noemt me steevast Heineken.

Oorzaak

Een dag voor de dag voor vertrek belde ik de dokter. Ik wilde nog graag voor de vluchtdatum mijn oren laten uitspuiten. Misschien zou ik dan minder last hebben van de drukverschillen bij opstijgen en landen.

Een dag voor vertrek keek de assistente in mijn oren. “Er valt niets uit te spuiten,” zei ze, “je oren zijn helemaal schoon. Maar je hebt wel vocht achter je trommelvliezen.” Een week neusspray gebruiken en bij aanhoudende klachten terugkomen, luidde het advies.

Eenmaal thuis plaatste ik de diagnose op twitter, waarop een reactie kwam: “daarmee zijn mijn oorproblemen begonnen, al ging ik er indertijd mee vliegen”. Vliegen ja. Dat zou ik de volgende dag dus ook gaan doen. Read the rest of this entry »

San Siro, of de macht van de voetbalvrouw

De vliegtickets naar Milaan waren al geboekt, toen één van de jongens erachter kwam dat juist dat weekend dé derby werd gespeeld: AC Milan – Internazionale. Wat googlen, rondvragen en smsen met Klaas-Jan – althans, dat werd gezegd – leverde niet het gewilde resultaat op en we stapten zonder toegangskaarten voor de wedstrijd in het vliegtuig.

De receptionist van ons hotel zocht voor ons op internet, want hij hield zelf eigenlijk niet van voetbal. (Toen ik hem later vroeg van welke sport hij dan wél hield, noemde hij kunstschaatsen. Over synchroonzwemmen repte hij met geen woord, maar ik heb zo mijn vermoedens.) Hij las dat we zaterdagochtend om tien uur bij het stadion moesten zijn, als we nog enige kans wilden maken op toegangskaarten.

Zaterdagochtend om half tien liepen wij van de metro naar het San Siro. Er reed een brommertje voorbij met een louche Italiaans mannetje, dat naar ons riep: “Tickets?!” “Uh, ja, kom maar op.” Hij kwam naar ons toe, gaf ons een hand en stelde zich voor als Francesco. Hij had vier kaarten voor ons in de aanbieding, voor honderd euro per stuk, maar wel vier mooie plaatsen naast elkaar. Wij keken elkaar aan. Honderd euro? Toch wel veel geld, en wie weet wie we nog tegenkomen? We liepen verder, waarna Francesco ons riep. “Maybe I can give you discount!” Read the rest of this entry »

Waar zouden we zijn?

Jaren terug reisde ik regelmatig met de trein. Ik had een OV-studentenkaart en het was voor mij dus een kwestie van in- en uitstappen om vanaf A in B te komen. Na het beëindigen van mijn studie, verliep mijn OV en speelden mijn reizen zich voornamelijk af op theefiets en in de rode Golf 2.

Bezem, Heyrik, Mozes, Theefiets

De weblogmeeting in Zwolle was overigens geslaagd! v.l.n.r. Bezem, Heyrik, Mozes en Theefiets.

Gisteren reisde ik met A en B weer eens met de trein, en wel van het pittoreske Heino – onze parkeerplaats – naar provinciemetropool Zwolle. Dat ging prima. De kaartjesautomaat werkte, de drukte viel mee en we hadden niet eens vertraging!

Na een dag genieten van allerlei goede en betere artiesten, webloggers en Balinese culinaire hoogstandjes – ik ben me ervan bewust dat dit een rare zin is – besloten wij de trein van 19.36 uur te nemen. Dat wil zeggen: toen wij op het station kwamen was dat de eerste trein naar Heino.

Even na half acht stapten wij in de trein, om de daarop volgende twintig minuten toe te kijken hoe mensen instapten, uitstapten, schrokken van de drukte, toch maar doorliepen, uitstapten om een sigaret te roken om vijf minuten later vrolijk weer naar binnen te komen, of uithijgden van een partijtje hardlopen dat achteraf niet nodig bleek te zijn. Wij zaten als spreekwoordelijke haringen in een ton, hoewel her en der opmerkingen over personenvervoer werden gemaakt die juist deze dag eigenlijk niet door de beugel konden. Na deze twintig enerverende minuten werd omgeroepen dat deze trein niet meer zou gaan rijden.

Wij stapten uit, wachtten op de trein van 20.06 uur en wisten uiteindelijk toch nog voor half negen de parkeerplaats in Heino te verlaten. Na nog een, dankzij de TomTom, toeristische route door de mooiste binnenwegen van Heino en omstreken, wist ik het weer zeker: ik ben voorstander van de autoreis, zonder navigatiesysteem maar mét wegenkaart en een beetje boerenverstand.

Maar af en toe is het heerlijk je te laten rijden.

Eenmaal, andermaal? Of: verkocht

Ik heb heel veel te zeggen, want de vorige week bestond uit heel veel nieuwe indrukken. Bergen, sneeuw, skiërs, snowboarders, meer dan twaalf uur onderweg zijn, chalets met sauna en poolbiljart, skiles, mijn eerste volledige controleverlies (“mama! ik ga dood! – o, wacht, dit is eigenlijk best gaaf… maar toch, voor de zekerheid: help!”), mijn eerste groene piste, mijn eerste blauwe piste, met blote armen in de sneeuw zitten en het niet koud hebben, vriendschap, ontzettend veel gezelligheid, Finding Nemo, een heel klein beetje après-ski (maar echt een heel klein beetje), zonnebrillen, belachelijk hoge prijzen, Jungle Speed, het piano spelen ontzettend missen, Fransen die wél goed Engels spreken, lopen op dingen die niet eens zo heel erg lijken op tennisrackets, voor elf uur in bed liggen, lopen op skischoenen, Huttenkloas, Heineken, freestyle demonstraties, Top 2000, skibussen, pistenbully’s en alle dingen die ik vergeet. Misschien komt er binnenkort nog een lang verhaal – ik heb in mijn dagboek geschreven. Voor nu houd ik het bij een paar punten.
1) Wintersport is een ontzettend dure hobby.
2) Ik wil volgend jaar weer op wintersportvakantie.
3) Ik zal dus moeten sparen.
4) Voor het eerst spreken mensen mij aan met “hee, je bent bruin geworden!”, in plaats van het zeker wekelijks gehoorde “wat zie je bleek, ben je ziek?” (in al haar varianten).

Wat ik nooit had gedacht, hoewel iedereen me ervoor waarschuwde, is gebeurd: ik ben verkocht.

Vreemde gewaarwording

Het is een vreemde gewaarwording. Een half uur geleden was ik nog op een gezellig verjaardagsfeestje en over een half uur zit ik in een waarschijnlijk net zo gezellige bus. Maar de vreemdste gewaarwording is nog wel dat ik zondag, als alles meezit, mijn eerste skiles heb. Janneke op wintersport. Ik ben nog steeds niet helemaal gewend aan het idee, maar heb er wel ontzettend veel zin in. Laat de sneeuwpret maar komen!

Live vanuit Barcelona!

Hier is Janneke, live vanuit een hostel in Barcelona. U vraagt zich natuurlijk af waar ik de laatste tijd mee bezig ben geweest; de laatste weken was ik voornamelijk bezig met het idee dat ik bijna vakantie had. Ik was eraan toe, moet u weten. Afgelopen vrijdag vertrok ik met zeven lieve vriendinnen naar Valkenburg, voor een supergezellig, actief, heftig en relaxed weekendje weg. Zondagavond kwam ik thuis, om vandaag weer te vertrekken voor het volgende tripje: Barcelona.

En hier zit ik dan, terwijl mijn reisgenoten even uitrusten of onder de douche staan. Het hostel is geweldig, in een lekker alternatieve buurt. We hebben de Ramblas bezocht, een broodje gegeten in het sprookjescafé, koffie gedronken op een plein tussen allerlei alternatievelingen, honden en wietlucht en boodschappen gedaan in een supermarkt die een bestelling van ons eigen hostel aan de muur had hangen. Morgenochtend ontbijten we dus waarschijnlijk uit dezelfde supermarkt.

Het leven is goed, dat wil ik even aan u kwijt. Mijn vakantiegevoel begon in Valkenburg al en is hier zo mogelijk nog meer aanwezig. Het is warm weer, ik heb mijn Spaans alweer een beetje geoefend – dat kan zelfs in het Catalaanse Barcelona, gelukkig. De vliegreis is me net als drie jaar geleden erg meegevallen, op een beetje pijn in mijn rechteroor na. Die pijn voel ik niet meer, gelukkig niet. Wat ik wel voel? Rust, vakantiegevoel en grote nieuwsgierigheid naar wat de komende dagen nog komen gaat. Ik geniet volop!