Zeventien jaar. Ik heb collega’s van die leeftijd. Toen ik vorige maand vertelde dat ik naar een concert van Pearl Jam zou gaan, reageerde een zeventienjarige collega met “ken ik niet”. “Daar ben je ook nog te jong voor,” antwoordde ik spontaan, waarna ik me een ontzettend oald wief voelde.
Zeventienjarigen hebben 1992 nooit bewust meegemaakt. Zij herinneren zich de Bijlmerramp niet, de vliegtuigramp in Faro en het treinongeluk bij Hoofddorp. Zij zongen niet met de radio mee met Inner Circle, terwijl ze zich afvroegen wat ‘Alalalalalong’ eigenlijk betekent. Zij hebben niet dagenlang aan de buis gekluisterd gezeten voor de Olympische Zomerspelen in Barcelona, met de magistrale 800 meter van Ellen van Langen, de bronzen plak voor Arnold Vanderlijde en het duet van Montserrat Caballé en Freddie Mercury – “wie?” vragen ze zich af – als herkenningsmelodie. Zeventienjarigen herinneren zich niet de impact, die Miguel Indurain jarenlang op het eindklassement van de Tour de France had. Zij denken dat Euro Disney er altijd al was en hebben in de aardrijkskundeles nooit geleerd over de Sovjet-Unie en Tsjechoslowakije.
Ook ik heb niet alles in 1992 bewust meegemaakt. Ik was negen, woonde op de boerderij, zat in groep zeven van de lagere school, speelde buiten, bouwde met lego en las boeken. Mijn wereld was niet veel groter dan de school, de handbalclub, het kinderkoor en de pianolerares. Veel van wat ik toen meemaakte, kan ik me nu absoluut niet meer herinneren.
Op dat ene na. Zeventien jaar alweer.
