Archive for september, 2009

You are currently browsing the Theefietslog archives for september, 2009.


Zeventien

Zeventien jaar. Ik heb collega’s van die leeftijd. Toen ik vorige maand vertelde dat ik naar een concert van Pearl Jam zou gaan, reageerde een zeventienjarige collega met “ken ik niet”. “Daar ben je ook nog te jong voor,” antwoordde ik spontaan, waarna ik me een ontzettend oald wief voelde.

Zeventienjarigen hebben 1992 nooit bewust meegemaakt. Zij herinneren zich de Bijlmerramp niet, de vliegtuigramp in Faro en het treinongeluk bij Hoofddorp. Zij zongen niet met de radio mee met Inner Circle, terwijl ze zich afvroegen wat ‘Alalalalalong’ eigenlijk betekent. Zij hebben niet dagenlang aan de buis gekluisterd gezeten voor de Olympische Zomerspelen in Barcelona, met de magistrale 800 meter van Ellen van Langen, de bronzen plak voor Arnold Vanderlijde en het duet van Montserrat Caballé en Freddie Mercury – “wie?” vragen ze zich af – als herkenningsmelodie. Zeventienjarigen herinneren zich niet de impact, die Miguel Indurain jarenlang op het eindklassement van de Tour de France had. Zij denken dat Euro Disney er altijd al was en hebben in de aardrijkskundeles nooit geleerd over de Sovjet-Unie en Tsjechoslowakije.

Ook ik heb niet alles in 1992 bewust meegemaakt. Ik was negen, woonde op de boerderij, zat in groep zeven van de lagere school, speelde buiten, bouwde met lego en las boeken. Mijn wereld was niet veel groter dan de school, de handbalclub, het kinderkoor en de pianolerares. Veel van wat ik toen meemaakte, kan ik me nu absoluut niet meer herinneren.

Op dat ene na. Zeventien jaar alweer.

San Siro, of de macht van de voetbalvrouw

De vliegtickets naar Milaan waren al geboekt, toen één van de jongens erachter kwam dat juist dat weekend dé derby werd gespeeld: AC Milan – Internazionale. Wat googlen, rondvragen en smsen met Klaas-Jan – althans, dat werd gezegd – leverde niet het gewilde resultaat op en we stapten zonder toegangskaarten voor de wedstrijd in het vliegtuig.

De receptionist van ons hotel zocht voor ons op internet, want hij hield zelf eigenlijk niet van voetbal. (Toen ik hem later vroeg van welke sport hij dan wél hield, noemde hij kunstschaatsen. Over synchroonzwemmen repte hij met geen woord, maar ik heb zo mijn vermoedens.) Hij las dat we zaterdagochtend om tien uur bij het stadion moesten zijn, als we nog enige kans wilden maken op toegangskaarten.

Zaterdagochtend om half tien liepen wij van de metro naar het San Siro. Er reed een brommertje voorbij met een louche Italiaans mannetje, dat naar ons riep: “Tickets?!” “Uh, ja, kom maar op.” Hij kwam naar ons toe, gaf ons een hand en stelde zich voor als Francesco. Hij had vier kaarten voor ons in de aanbieding, voor honderd euro per stuk, maar wel vier mooie plaatsen naast elkaar. Wij keken elkaar aan. Honderd euro? Toch wel veel geld, en wie weet wie we nog tegenkomen? We liepen verder, waarna Francesco ons riep. “Maybe I can give you discount!” Read the rest of this entry »

Handjes

Als kind deed ik weleens iets níet, als ik het wel moest doen. “Je hebt het toch niet met de handjes?” vroeg mijn vader dan. Nee, dat had ik niet, antwoordde ik dan met enige spijt. Toen nog niet.

Inmiddels kan ik volmondig ‘ja’ antwoorden en daar ben ik absoluut niet blij mee. Begon het met een zwakke pijn in mijn polsen, die af en toe kwam opzetten als ik te lang achter de piano zat; inmiddels voel ik mijn polsen en vingers eigenlijk voortdurend zeuren. Mijn vingers zijn niet meer zo snel als vroeger – een jaar geleden – wat het pianospelen bemoeilijkt en afgelopen zomer speelde ik op aanraden van de fysiotherapeut zelfs twee maanden níet.

Daar ben ik nu vanaf gestapt. Mijn klachten werden niet minder, in tegenstelling tot mijn goede humeur. En waar ik mijn slechte zin normaal gesproken afreageer op mijn favoriete instrument, kropte ik de hele zomer alles op. De huisarts kon me, naast diclofenac, bijna antidepressiva voorschrijven.

Overigens is de huisarts nog altijd overtuigd van het aanpassingsvermogen van mijn overbelaste pezen. Als ik gewoon door blijf werken en spelen, wennen ze er vanzelf aan en zullen mijn klachten zomaar verdwijnen, aldus de vrouw die verder best aardig is en mij doorstuurde naar een ergotherapeute die al een jaar of vier niet meer werkzaam is in Haaksbergen.

Inmiddels heb ik besloten voorlopig weer gewoon te spelen én te bloggen en net te doen alsof mijn klachten niet bestaan. Waarom, vraagt u zich af? Allereerst om de huisarts dan toch maar een kans te geven. Werken deed ik sowieso nog en ook in mijn werk worden mijn handjes flink belast. Misschien dat die pezen van mij het daadwerkelijk goed blijken te doen! Daarnaast kan ik alleen gelukkig zijn als ik muziek maak en schrijf. Noem me zweverig, noem me artistiekerig of noem me een fanatieke hobbyist; feit is dat ik de afgelopen maanden weer eens met mijn neus op de feiten ben gedrukt: zonder muziek te maken en zonder te schrijven bestaat mijn ontspanning enkel uit biertjes drinken in de kroeg – en zelfs dát wordt uiteindelijk vervelend.