Archive for februari, 2010

You are currently browsing the Theefietslog archives for februari, 2010.


Oud en saai 2: de wilde verhalen

Eigenlijk moet ik eerlijk zijn tegen u. Ik voelde me oud en saai, totdat ik, na het buitenzetten van het oud papier en enigszins wakker geworden door de frisse lucht, een sms kreeg. “Mocht je nog naar café komen mag je m’n sjaal meenemen.”

Verrek, dat ding lag me al weken in de weg. Op Elvis’ vijfenzeventigste geboortedag nam ik hem per ongeluk mee naar huis, terwijl hij eigenlijk om de nek van iemand anders hoorde. Sindsdien liepen iemand anders en ik elkaar mis.

Ik besloot sterk te zijn en antwoordde dat ik niet van plan was om te gaan. Hierop kwam er een nieuw bericht: “Wel gezellig hier, Voornaam Achternaam, ken je die… genoeg wilde verhalen voor een lifetime.”

Die kende ik inderdaad, inclusief wilde verhalen. Even later piepte mijn telefoon echter opnieuw. Nog een gevalletje lang-niet-gezien met de vraag of ik nog kwam en ik kon het niet meer over mijn hart verkrijgen om thuis te blijven. De kroeg had me nodig!

Tien minuten later zat ik achter mijn koude pilsje, in het gezelschap van vier mannen. Echte mannen, dacht ik nog, met het sms’je over de wilde verhalen in mijn achterhoofd.

We praatten over trouwen, kinderen – er gingen zelfs foto’s rond – en honden en opeens besefte ik: zelfs in de kroeg behoor ik tot de categorie ‘oud en saai’. Het is er alleen iets gezelliger.

Oud en saai

Ik heb er weer zo één. Zo’n periode waarin ik mij oud en saai voel, nee, bijna burgerlijk. Vies woord met de ‘b’ van ‘bank’. Daar zat ik deze vrijdagavond dan ook op, terwijl er om me heen waarschijnlijk kroegavondjes en zuipfestijnen werden gepland. Ik was moe en keek met een half oog naar X-Factor, terwijl ik met het andere anderhalve oog de krant las. Onderwijl bedacht ik me dat het best fijn zou zijn om de krant te kunnen beluisteren. Ik bedoel maar. Zo oud en saai voelde ik mij.

Er kwam een borrel-achtige uitnodiging via de sms. Ik twijfelde, het was tenslotte vrijdagavond, maar besloot niet te gaan. Ergens had ik heel veel zin in een dekbed en een boek. Ik sms’te terug dat ik oud en saai leek geworden en mijn bed dus maar eens ging opzoeken.

Gelukkig bleek, bij gebrek aan belangstelling, aan de andere kant van de tekstverbinding ook oud en saai gedaan te worden. Ik voelde me iets minder alleen en zocht een nieuwe uitdaging in het op de ultieme manier bundelen van mijn stapel oud papier, want dat moest nog aan de straat worden gezet.

Ik ben er nog altijd niet uit wat nou handiger is, een doos of vliegertouw. Wel voel ik me weer iets jonger en eigenwijzer nadat ik daarnet mijn strijkijzer tegenkwam. Dat zit al anderhalf jaar ongebruikt in de doos.

Pim Pam Pet

Op mijn eerste werkdag moest ik regelmatig antwoorden op de vraag die meer een aanname was: “Natuurlijk elke dag wezen après-skiën?” Mijn antwoord was ontkennend. Om avond na avond in de kroeg te hangen hoef ik niet op vakantie. Ik bracht een aantal van mijn wintersportavonden juist op een kneuterige maar gezellige manier door: met lieve vrienden en een koud biertje op de bank in ons appartement. Eén week lang leidden wij bijna een gezinsleven.

Inmiddels weet ik het zeker: vergeet Kolonisten van Catan, laat Triviant maar zitten, want voor de echte lol gaat er niets boven Pim Pam Pet. Dat is niet eens uit te leggen, want als ik vraag om ‘iets dat je in de zomer nodig hebt’ met de letter ‘e’, zult u hooguit glimlachen bij het antwoord ‘eerko’. Wij lagen tien minuten dubbel.

Wat ik u echter niet wil onthouden is het liedje dat direct in mijn hoofd kwam en er vooralsnog niet is verdwenen. “We speelden Pim… Pam… Pehet… op de rand van je behed” is het enige dat ik me nog kon herinneren, maar ik heb hem opgezocht. Sander Vos en De Waterlanders, wie kent ze niet, maakten dit gezellige nummer. De videoclip verbaasde me in positieve zin. Die is net zo melig als het spel.

Biertje?

De Franse skileraar kent mijn naam blijkbaar niet. Hij noemt me steevast Heineken.