Archive for mei, 2010

You are currently browsing the Theefietslog archives for mei, 2010.


Boeg

“Wie ben je?” vraagt ze vanuit het bed waarin ze al de hele middag ziek ligt te zijn.
“Janneke,” zeg ik.
“O, Janneke, je bent jarig geweest, gisteren geloof ik toch? Dat las ik vanochtend in het blad. Gefeliciteerd!”
Ze steekt me haar hand toe. “Hoe jong ben je geworden?”
“Zevenentwintig,” wen ik steeds iets meer aan mijn nieuwe leeftijd.
“O, zevenentwintig, mooi hoor, dan heb je nog een hele…”
Ze lijkt te twijfelen.
“…een hele boeg voor de rug,” zegt ze dan.

Ondeugend

Ze zingt altijd mee met radio en live-optredens en ik vind het knap dat ze vrijwel alle liedjes kent. 
Alle liedjes, niet alle namen.

“Hoe heet je ook alweer?” vraagt ze.
“Janneke,” zeg ik. “Wist je dat niet meer?”
Ze schudt haar hoofd, een beetje beteuterd.
“Misschien komt het doordat ik nu blond ben,” help ik haar, doelend op mijn laatste kappersbezoek.

“Janneke,” zegt ze. Om daarna met een grijns te vervolgen: “Woar he’j Jip dan?”
Mijn hele leven heb ik niet om de waar-is-Jip-grap kunnen lachen, maar het is haar gelukt. Ik lach, want zij lacht. “Ik heb Jip nog nooit gezien! Als je hem tegenkomt, moet je het wel laten weten!”
Ze lacht nog harder. “Dan zal ik wel zeggen: de groeten van Janneke!”

Een paar dagen later zit ik achter de balie te werken, wanneer ik haar opeens in de hal zie zitten. Ik roep haar naam en groet haar.

“Ha blondie,” antwoordt ze met een ondeugende blik.
Ik lach. “Weet je mijn echte naam nu al niet meer?”
Maar die weet ze wel. “Janneke, van Jip!”

Ze rolt richting huiskamer terwijl ze begint te zingen, nog altijd met haar ondeugende blik.
“Denis Denis…”

Trots

twente_logoLandskampioen FC Twente wordt gehuldigd en ik ben aan het werk. Toch lichtelijk balend dat ik niet in Enschede ben, doe ik mijn ronde met de koffiekar. Gelukkig kijken bijna alle bewoners naar TV Oost en zo krijg ik toch nog iets mee van de huldiging.

Ze zit op de bank te kijken als ik binnen kom.
“Ik kom er heel even bij zitten hoor,” zeg ik terwijl ik plaatsneem op de stoel naast haar.
“Natuurlijk, kom erbij, gezellig!” antwoordt ze, terwijl we naar de overwegend rode beelden op haar televisie kijken.
“Wat mooi,” zeggen we, en “ze hebben het wel verdiend,” en meer van die dingen, totdat ze opeens opspringt.
“Ik ben iets vergeten!”

Ze loopt naar de slaapkamer, opent de kledingkast en pakt iets van de bovenste plank. Het is een rode sjaal met een afbeelding van het Twents ros en in witte letters de naam van onze favoriete club. Ze slaat de sjaal om.

“Zo,” zegt ze. “Nu kan ik verder kijken.”