San Siro, of de macht van de voetbalvrouw

De vliegtickets naar Milaan waren al geboekt, toen één van de jongens erachter kwam dat juist dat weekend dé derby werd gespeeld: AC Milan – Internazionale. Wat googlen, rondvragen en smsen met Klaas-Jan – althans, dat werd gezegd – leverde niet het gewilde resultaat op en we stapten zonder toegangskaarten voor de wedstrijd in het vliegtuig.

De receptionist van ons hotel zocht voor ons op internet, want hij hield zelf eigenlijk niet van voetbal. (Toen ik hem later vroeg van welke sport hij dan wél hield, noemde hij kunstschaatsen. Over synchroonzwemmen repte hij met geen woord, maar ik heb zo mijn vermoedens.) Hij las dat we zaterdagochtend om tien uur bij het stadion moesten zijn, als we nog enige kans wilden maken op toegangskaarten.

Zaterdagochtend om half tien liepen wij van de metro naar het San Siro. Er reed een brommertje voorbij met een louche Italiaans mannetje, dat naar ons riep: “Tickets?!” “Uh, ja, kom maar op.” Hij kwam naar ons toe, gaf ons een hand en stelde zich voor als Francesco. Hij had vier kaarten voor ons in de aanbieding, voor honderd euro per stuk, maar wel vier mooie plaatsen naast elkaar. Wij keken elkaar aan. Honderd euro? Toch wel veel geld, en wie weet wie we nog tegenkomen? We liepen verder, waarna Francesco ons riep. “Maybe I can give you discount!”

Hij pakte zijn mobiele telefoon en drukte op twee knoppen. “75” stond er. V en W waren inmiddels al honderd meter verderop en ik, bedachtzaam als ik ben, vroeg me af of we niet verder konden afdingen, maar A trok de knip. Na wat passen en meten hadden we driehonderd euro bij elkaar, maakten we Francesco blij en waren we zelf ook best gelukkig. “No passport,” drukte Francesco ons nog op het hart, waarna onze wegen scheidden en wij toch richting stadion liepen, omdat we er zo dichtbij waren. Eén keer kwamen we onze Italiaanse vriend nog tegen op zijn brommertje. Hij zwaaide vriendelijk en lachte in zijn vuistje.

Vier toegangskaarten voor AC Milan - Internazionale

In the pocket! Toch?

Eenmaal bij het stadion werden we aan de lopende band aangesproken door allerlei louche Italiaanse mannetjes, de meeste zonder brommer, die ons tickets wilden verkopen. “We already have,” antwoordde A elke keer stoer. De smsjes naar het thuisfront waren al gestuurd en heel voetballiefhebbend Haaksbergen was jaloers op ons. Belangrijk nieuws gaat zo snel het dorp door.

Na een snelle hap bij de grote gele M – de fatsoenlijke Italiaanse keukens waren nog niet open – maakten we opnieuw de reis naar het San Siro. In de metro stapten steeds meer rood-zwart en blauw-zwart gestreepte shirts en sjaals, en eenmaal aan de voetreis van metrostation naar het stadion begonnen, liepen we in een lange, brede stoet van voetbalfans. En toen waren we bij het stadion. We zochten de juiste ingang en sloten achteraan in de rij, jongens voorop, omdat die allebei misschien wel duizend keer zo graag naar binnen wilden als V en ik. En wíj wilden al zo graag!

“You have official documents?” vroeg de man. “No, we left them in the hotel,” antwoordde één van de jongens. “You don’t look like a Francesco Tabasco*,” aldus de man, wijzend op de naam die op A’s toegangskaart stond. Hij had gelijk, er was niets Italiaans te ontdekken aan onze eigen blonde Marco van Basten look-a-like. Geen paspoort, dus geen toegang. Wij baalden.

Even was het stil. Toen kwam er een nieuwe tactiek op de proppen. Die luidde in het kort: andere rij, dames voorop. Ik trok mijn hemdje een stukje omlaag en V knipperde wild verleidelijk met haar blauwe ogen. Het effect bleek: “Wait here.” En we wachtten. Het leek tientallen minuten te duren, maar eindelijk kwam er een hoofdsteward die onze kaarten eens goed bekeek en leek te twijfelen. Toen A ook nog eens een kruis sloeg, was hij overtuigd van onze goede bedoelingen. Trillend op onze benen mochten we naar binnen!

Het was het meer dan waard. We zaten tussen de Milansupporters, terwijl Inter dik won. Bij elk doelpunt gingen er om ons heen meer middelvingers de lucht in en gelukkig was ons Italiaans slecht genoeg om niet alle scheldwoorden te kunnen begrijpen. We zagen geweldige acties, waarvoor we niet durfden te juichen omdat ze vrijwel allemaal van de ‘tegenpartij’ waren. Maar wat dan nog, we zaten gewoon in San Siro, dat immense stadion dat de meeste mensen enkel van de televisie kennen, en zagen twee van de beste clubs van de wereld tegen elkaar spelen! Dit was niet alleen sport, dit was entertainment van een niveau dat ik nog nooit had meegemaakt.

Bovendien hadden we een mooi verhaal om aan het thuisfront te kunnen vertellen.

 

*naam is gefingeerd om betrokkene te beschermen.

2 Comments