Dokter

In 2005 betrok ik mijn kleine fijne huisje in het mooie Haaksbergen, op een kleine tien kilometer van mijn ouderlijk dorp. En terwijl ik in mijn Utrechtse tijd altijd nog bij de ouderlijke huisarts stond ingeschreven, vond ik het na een half jaartje in Haaksbergen toch eens tijd worden voor een geneesheer die ik ook in geval van ziekte en andere ongemakken per fiets zou kunnen bereiken.

Ik vroeg wat rond in mijn omgeving en besloot op goed geluk de populairste dokter te bellen. Zijn assistente deelde mij vriendelijk mede dat het patiëntenbestand geen nieuwe namen meer aankon, maar verwees mij door naar een artsenpaar met namen die sommige vrienden en collega’s al noemden. Aldus zocht ik het nummer in het telefoonboek en belde het. Het mannelijke deel van het echtpaar nam op, hetgeen mij verbaasde. Ik legde de situatie uit, waarna de dokter mij verzekerde dat ik heel welkom was, maar dat hij mij wel even zou doorverbinden met zijn assistente. Ik bleek het spoednummer te hebben gedraaid.

Met de assistente, toevallig afkomstig uit mijn ouderlijk dorp, sprak ik af dat zij mijn dossier bij mijn oude huisarts zou ophalen. “Als je de dokter belt om je uit te schrijven, zeg je er maar gewoon bij dat Marieke de gegevens ophaalt. Dan begrijpt hij het wel.”

Ik belde mijn oude huisarts. Die nam zelf op, omdat dat nou eenmaal zo gaat bij mijn oude huisarts, dat wil zeggen als zijn vrouw niet opneemt. Ik deed mijn verhaal en eindigde met “Marieke komt trouwens de gegevens bij je ophalen”. Dat begreep de dokter niet. “Wie is Marieke?”

Uiteindelijk kwam alles goed, dacht ik, totdat ik een jaartje later het vrouwelijk deel van mijn nieuwe huisartsenpaar aan de telefoon kreeg. Zij wist mij te melden dat mijn zorgverzekering altijd nog geld uitkeerde aan mijn oude huisarts en vroeg of ik nog een keer naar mijn oude huisarts wilde bellen.

Deze keer kreeg ik zijn vrouw aan de telefoon. Die begreep er niets van en deed daar vele minuten over, totdat wij met beider instemming het gesprek afbraken. Ik heb het nummer nooit meer gebeld.

Ook het nummer van mijn nieuwe huisartsen draaide ik nooit meer, totdat ik twee weken geleden een zere pols had. Dat heb ik vaker, maar bij gebrek aan kracht om zelfs maar een beker vast te houden, besloot ik toch maar eens een afspraak te maken.

Dat ging zomaar niet. Vanaf acht uur ‘s ochtends belde ik op elk vrij moment, vanaf elke telefoon die ik op mijn werk tegenkwam. Ik trof de telefoon van de dokter óf in gesprek, óf aan het antwoordapparaat. “Wij hebben op dit moment werkoverleg, belt u in geval van spoed met ons spoednummer, te weten …”. Dat nummer kende ik al.

Om half drie ging de telefoon dan eindelijk over en ik kreeg een assistente aan de lijn. Het was Marieke niet. “Voor wanneer wilt u een afspraak maken?” vroeg de mevrouw nog vriendelijk, maar toen ik uitlegde dat ik eigenlijk diezelfde dag had willen langskomen, maar de hele dag al aan het bellen was, veranderde haar toon. “Dat vind ik dan heel vreemd, want het was heel rustig vandaag.”

Dat vond ik dan weer heel vreemd.

De volgende ochtend mocht ik dan eindelijk langskomen. De diagnose van mijn vrouwelijke huisarts was te verwachten: overbelasting. Een weekje diclofenac slikken was de uitkomst, en ik kon gelukkig geen blijvende schade aanrichten door gewoon te werken.

Na drie dagen diclofenac had ik geen noemenswaardige last meer en vond ik dat ik mezelf wel genoeg had blootgesteld aan medicatie. Toch vind ik het ergens wel een fijn idee dat ik, bij een eventuele volgende opkomst van pijn en krachtverlies, even bij de apotheek kan binnenstappen voor een kuurtje. Alles beter dan eerst een dag te moeten bellen.

Geef een reactie

Commenting rules

  • Try to keep your comments as relevant as possible.
  • No HTML/JavaScript/BBcode.
  • Don't be abusive: No racism, homophobia or any other nastiness.
  • Feel free to express your opinion, but do so in an eloquent way.

If you do not respect these rules your comments may be edited or even deleted.