Goedkeuring

Ik heb niet zo veel contact met mijn buren. Alleen mijn bovenbuurman spreek ik met enige regelmaat, zij het tegenwoordig voornamelijk nog via hyves. Hij gaat namelijk verhuizen en is al maanden aan het klussen in zijn nieuwe woning. Ik vind het jammer dat hij vertrekt, ik heb nooit last van hem gehad en belangrijker nog: hij zegt geen last te hebben van mijn muziek. Als ik piano, gitaar of saxofoon speel, belt hij niet met een kwade kop aan en hij alarmeert ook niet de politie. Zelfs toen ik na een gezellig kroegavondje een paar muzikale cafégangers uitnodigde voor een biertje in mijn huis, waarna er een complete jamsessie ontstond met piano, gitaren, mondharmonica’s en Afrikaanse trommeltjes, werd mijn bovenbuurman niet boos. “Ja, ik dacht al dat ik iets hoorde toen ik ‘s nachts even wakker werd, maar ik heb er niet wakker van gelegen,” was zijn reactie op mijn vraag hoeveel last hij van ons had gehad.

Ook mijn naaste buurvrouw vond mijn muzikale activiteiten prima. Eén keer vroeg ik haar of ze last van me had, en die ene keer verzekerde ze me dat ik wel hele dagen achter de piano mocht doorbrengen. Ze vond het zelfs mooi! Maar ook deze buurvrouw is inmiddels vertrokken en heeft plaats gemaakt voor een niet nader geïdentificeerde buur – in onze straat stelt niemand zich aan elkaar voor. Je kent elkaar gewoon, of niet, of je leert elkaar in de loop van de tijd wel kennen. Veel mag, maar vooral: niets moet. En je voorstellen als nieuwe buur al helemaal niet.

Schuin boven me woonde jarenlang een jong stel, maar vorig jaar hebben er Irakezen hun intrek genomen. Zoals het een goede Arabische familie betaamt, is mij volledig onduidelijk hoeveel mensen er eigenlijk precies wonen – de zoete inval is er niets bij – ik hoor er althans regelmatig veel verschillende stemmen. En die stemmen gebruiken ze maar al te graag. Niet dat ik er last van heb, nee hoor, bovendien heb ik geen recht van spreken, want ik maak muziek. Daarnaast heeft mijn Irakese buurman me ooit gevraagd of ik last had van zijn televisie. Sindsdien heb ik dat niet meer gehad.

Vanavond liep ik even de achtertuin in en zag ik in mijn ooghoek beweging op het balkon van mijn Irakese buren. Ik keek eens goed en zag dat twee mannen met de schotelantenne in de weer waren. “Hoi,” zei ik. “Hoi!” riep mijn buurman vrolijk terug.

Na nog wat gehannes op het balkon ging de man die dan wel de schotelantennemonteur zou zijn, terug naar binnen, terwijl mijn buurman bleef staan. Ik was mijn bieslook aan het bewonderen en mijn buurman riep dat hij problemen had met zijn satelliettelevisie.

“Ja, ik kan wel de Astra krijgen, maar ik kijk altijd Arabisch televisie. En die zomaar opeens weg.” Ik keek op.
“Hm, wat raar,” antwoordde ik, terwijl ik me bedacht dat de schotel naar Mekka richten misschien een optie zou zijn, “maar ik heb geen verstand van Arabische televisie… ik zou het toch niet verstaan.” Ik durfde het Mekka-grapje niet te maken, zo goed ken ik mijn buurman niet. Dus ik zei dat hij de schotel misschien boven op het dak kon zetten.
“Nee, zo moet goed zijn. Deed altijd goed. Ik weet niet waaraan ligt.” De buurman had de smaak te pakken en vertelde verder. “Wij kijken altijd televisie van noorden van Irak. Is Koerdische televisie.”
“Aha,” zei ik, “wel fijn dat je zo een beetje op de hoogte kunt blijven.”

We praatten wat verder, hij op zijn balkon en ik in mijn achtertuin. En toen kwam de vraag.
“Wat voor apparaat speel jij eigenlijk? Piano, of gitaar, ik weet niet?” De buurman beeldde het spelen van beide instrumenten uit met zijn handen.
“Piano, gitaar en saxofoon… Kunnen jullie dat goed horen dan?”
“Ja, maar geeft niet, is mooi!”
“Nou, gelukkig maar dan.”
“Ja… ben jij daarmee bezig?”
Ik vroeg me af wat hij daarmee bedoelde en trok een gezicht dat blijkbaar nogal bij die gedachte paste. De buurman herhaalde zijn vraag.
“Ben jij daarmee bezig? Met muziek?”
Ik dacht hem te begrijpen en antwoordde. “Ja, gewoon als hobby, hè.”
“Mooie hobby,” zei de buurman, gelukkig zonder enige sporen van sarcasme.
“Ja, ik moet veel oefenen natuurlijk, vandaar,” deed ik nog een laffe poging me te verontschuldigen voor iets waar niemand moeilijk over deed.
“Ja, natuurlijk.” Het gesprek dreigde dood te lopen, maar gelukkig werd de buurman geroepen. Hij moest ongetwijfeld een Arabische zender opzoeken.

“Succes!” was zijn groet.
“Jij ook succes, met je televisie,” antwoordde ik voordat ik mijn eigen huis binnenging. Gelukkig, weer een goedkeuring voor mijn hobby.

Geef een reactie

Commenting rules

  • Try to keep your comments as relevant as possible.
  • No HTML/JavaScript/BBcode.
  • Don't be abusive: No racism, homophobia or any other nastiness.
  • Feel free to express your opinion, but do so in an eloquent way.

If you do not respect these rules your comments may be edited or even deleted.