Uitgevezeld

Ooit was glasvezel iets nieuws, dat alleen in mijn dorp beschikbaar was. Althans, dat wilde men mijn plaatsgenoten graag doen geloven. Regelmatig kwam er post van het glasvezelbedrijf om ons, welwillende burgers, te informeren over datgene dat ons leven zou veranderen.

Er waren Duitsers, Polen, Hongaren en andere harde werkers die het hele dorp in weer en wind vakkundig beglasvezelkabelden. Toen het hele dorp eenmaal voorzien was van deze wondertechnologie, kwam de brief waarom het allemaal ging: die met de datum waarop de aansluitmonteur de boel zou komen aansluiten in mijn huis.

Ik was niet thuis op de genoemde dag. Er volgden een nieuwe datum, een voorstel van mijn kant en een afwijzing van de kabelboer, waarop ik besloot dat er meer mis is met gedoe dan met retro. U moet weten: ik kom oorspronkelijk uit het buitengebied. Terwijl mijn leeftijdsgenoten in het dorp hele dagen analoog bekabeld Kindernet keken, was ik veroordeeld tot Die Sendung mit der Maus en buitenspelen. Vooral dat laatste beviel mij. Ik heb dus nog enige analoge kijkuurtjes in te halen.

Al mijn buren genoten van de glasvezelkastjes in hun huizen, maar bij mij viel er enkel te genieten van een bundeltje kabels in de voortuin. Om dit te camoufleren liet ik drie jaar lang het onkruid voor mijn huis welig tieren.

En toen ging mijn vader met pensioen. Ik houd mezelf graag voor dat de beste man zich sinds zijn vijfenzestigste verjaardag ernstig verveelt, dus eindelijk durfde ik de vraag te stellen: “Pa, zou je heel misschien een keer als je toch eens niets te doen hebt en ik een vrije dag heb mij een beetje mee willen helpen in de voortuin?”

Een dag later trof ik bij thuiskomst van mijn werk een onkruidvrije voortuin aan en niet alleen dat: ook de glasvezelkabel was knap doorgemaaid. Het hoogtechnologische tijdperk in huize theefiets eindigde reeds voordat het de voordeur had bereikt.

Een week of wat later klonk de deurbel. Ik deed open en zag twee mensen: een vriendelijk lachende dame en een opdringerige man. De man deed vanzelfsprekend het woord.

“Wij komen hier naar aanleiding van uw glasvezelkastje.” “Ik heb geen glasvezelkastje,” antwoordde ik. “Hebt u geen glasvezelkastje?” reageerde de opdringerige man geschrokken. “Nee, ik heb geen glasvezelkastje,” was mijn respons. “Maar u hebt wel een glasvezelkabel in uw voortuin!” stamelde de opdringerige man in shocktoestand terwijl de vriendelijk lachende dame hysterisch knikte. “Ja, die heb ik wel,” bevestigde ik het zojuist gemelde. “Waarom hebt u dan geen glasvezelkastje?” kon de opdringerige man in al zijn ontzetting nog net uitbrengen. “Omdat ik die niet heb,” zei ik. Tja, dat kon hij toch ook wel begrijpen? “Wílt u een glasvezelkastje?” kwam de opdringerige man enigszins terug in zijn rol. “Nee,” zei ik.

Radeloos en verslagen verliet het tweetal mijn straat.

One Comment

Geef een reactie

Commenting rules

  • Try to keep your comments as relevant as possible.
  • No HTML/JavaScript/BBcode.
  • Don't be abusive: No racism, homophobia or any other nastiness.
  • Feel free to express your opinion, but do so in an eloquent way.

If you do not respect these rules your comments may be edited or even deleted.